Cuboïdsyndroom: lastig te
diagnosticeren, maar conservatief
goed te behandelen

1 mei 2015

Ingrid Janssen

Meerwaarde samenwerking podotherapeut en manueel therapeut. Gepubliceerd in Podosophia nr.3, mei 2015

In de podotherapeutische praktijk zie ik regelmatig mensen met pijnklachten aan de buitenzijde van de voet na het doormaken van een plantairflexie/inversietrauma. Deze restklachten kunnen het gevolg zijn van het niet goed functioneren van het calcaneocuboïdale gewricht, het zogenoemde cuboïdsyndroom.


In de literatuur bestaat een inconsistentie in termi- nologie met betrekking tot het cuboïdsyndroom. Zo wordt het ook benoemd als subluxation cuboid, locked cuboid, dropped cuboid, cuboid fault syndrome, laterale plantaire neuritis en peroneal cuboid syndrome. Mede als gevolg van deze inconsistente terminologie is de prevalentie van het cuboïdsyndroom erg onduidelijk en laat deze wisselende cijfers zien. Zo laten Newall en Woodle in 1981 een incidentie van ongeveer vier procent van 3600 onderzochte sporters met voetproblemen zien. Jennings en Davies zien bij 6,7 procent van de patiënten na een plantairflexie dan wel inversietrauma het cuboïdsyndroom. Bij balletdansers met voet- of enkelklachten zou de incidentie op zeven- tien procent liggen.


Lees hier het hele artikel zoals verschenen in Podosophia nr.3, mei 2015 (PDF opent in een nieuw venster)